|
Elsje keek uit het raam en zag de eenden rondom de woonboot zwemmen. Brummel die languit op zijn buikje op haar schoot lag, volgde net als Elsje de eenden. 'Zijn het er veel Elsje. Zoveel kan ik niet eens tellen. Ik kan helemaal niet tellen en ook niet schrijven.' 'Zou je het willen leren Brummel?' 'Natuurlijk, maar wie wil mij het leren. Mijn oom heeft geen tijd en volgens hem bestaat er geen school voor beren. Kan jij tellen Elsje,' hij ging rechtop zitten en wachtte gespannen op haar antwoordt. 'Ja hoor, nog niet zoveel als de kinderen die een klas hoger zitten, maar ik kan al tot honderd tellen. Zal ik het je leren,' en ze haalde een zakje met muntjesdrop uit haar jaszak. 'Wat heb je daar, mag ik er inkijken,' en voor ze er erg in had, zat hij al met zijn snoet diep in de zak met drop. 'Wat is dat, is het lekker?' 'Wil je proeven, maar als je het niet lekker vindt mag je het niet zomaar uitspugen hoor! Je moet het wel in de vuilnisbak gooien, is dat beloofd?' 'Ja ja, geef nou maar,' en snel stopte hij er één in zijn mond. Het dropje draaide een paar maal door zijn mond en hij smakte heftig. 'Best lekker Elsje, maar ik vind honing toch lekkerder.' 'Er bestaan ook honingsnoepjes, die zal ik de volgende keer voor je meebrengen. Maar je mag er niet teveel van, want dan krijg je rotte tanden. En als je teveel van dat snoep blijft eten, krijg je kiespijn en dat doet zo vreselijk pijn!' Brummel keek haar aan, haalde het dropje uit zijn mond en stopte hem terug in het zakje. 'Wat doe je nou. Dat is niet fris,' en ze gooide het in een boog precies in de prullenmand. 'Hi hi,' grinnikte hij en legde een poot voor zijn mond. Ga je me nu leren tellen?' Ze nam een paar dropjes en legde deze voor haar op het raamkozijn. 'En nu moet je heel goed opletten, dan leer ik jou tot vijf tellen. Zie je dat rijtje bomen daar staan, weet jij hoeveel dat er zijn.?' 'Nee gekkie, anders hoefde je mij niet te leren tellen. Schiet nou maar op, ik popel om het te leren.' Het zijn er precies vijf naast elkaar. Kijk maar goed wat ik nu ga doen. We gaan de bomen tellen van links naar recht. Weet je wat links is en wat rechts?' Hij schudde met zijn kopje en zei dat hij er niets van snapte. 'Deze hand is de rechterhand.' 'Dus moet deze mijn linker zijn, kan niet missen?' 'Goed zo Brummel, je leert snel. Die boom daar aan de linkerkant, daar beginnen we mee.' Brummel luisterde aandachtig kreeg snel door hoe het werkte. Iedere keer als Elsje een boom aan wees, legde ze een dropje naast de andere en voor Brummel er erg in had, kon hij tot vijf tellen. 'Dus het is één dropje, twee dropje, drie dropje, vier dropje en dit is het vijf dropje,' zei Brummel. 'Goed zo Brummel en tel nu de eenden eens die hier voor de woonboot zwemmen.' Brummel telde en telde maar telkens was hij de tel kwijt omdat de eenden steeds door elkaar zwommen. 'Dan zwemmen ze daar en dan weer hier, ik word er helemaal dol van. Ik kap ermee.' Elsje moest hard lachen en zei dat ze hem gefopt had. Er zwommen zoveel eenden dat zij zelf ook de draad kwijt raakte. Ze nam hem mee naar buiten en zocht zes stenen. Legde ze op een rijtje en vroeg aan hem of hij het zo eens wilde proberen. Brummel ging op zijn knieën zitten en begon te tellen. Eén steen, twee steen,' maar Elsje onder brak hem en zei. 'Het is één steen en twee stenen. Dat geldt ook voor de dropjes die je net geteld hebt. Het is één dropje, twee dropjes en één steen twee stenen.' Brummel keek haar aan en vroeg wat het verschil dan wel was. 'Dat komt wel, maar als het er meer dan één is wordt het stenen of dropjes,' en zuchtend begon hij opnieuw. 'Eén steen, twee stenen en dan drie stenen. Eén dropje, twee dropjes, ja toch?' 'Goed zo Brummel, ga maar door.' 'Vier stenen vijf stenen. Er is nog een steen over, hoeveelste is deze?' 'Doe het nog eenmaal en dan vertel ik het,' en hij begon opnieuw te tellen. Elsje nam de laatste steen op, legde deze iets verder van de anderen vandaan en zei. 'Als ik deze steen bij de anderen neerleg, hebben we zes stenen.' 'Dus deze steen is nummer zes, ja toch Elsje. Ik zie het al. Dus vijf met nog een steen erbij wordt zes.' 'Goed zo Brummel. Vijf plus nog één is zes. Hoeveel vingers heb ik aan deze hand?' Brummel begon te tellen toen hij de vijf vingers had geteld, begon hij aan de andere hand. Maar na zes wist hij het niet meer. 'Ik weet nu zeker dat je zes vingers hebt, maar ik zie dat je er meer hebt.' 'Goed zo Brummel, tel maar hoeveel ik er nog over heb.' 'Ik tel nog vier vingers, maar verder weet ik het niet.' 'Ik heb tien vingers Brummeltje,' en ze liet haar vingers opnieuw tellen tot ze bij zes waren. 'Deze is zes en de volgende wordt zeven en dan acht, negen en tien.' Het werd Brummel wat teveel, hij raakte een beetje de kluts kwijt en had er geen zin meer in. En vond het wel genoeg. Elsje zei dat hij goed zijn best had gedaan en toen ze wilde opstaan, keek Brummel nog eenmaal naar haar vingers en begon opnieuw te tellen. '1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 9,.´ ´Nee fout Brummel het is 8. Begin maar opnieuw,´ moedigde ze hem aan. ´1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, is het goed?' 'Pluimpje voor Brummel. Goed oefenen en de volgende keer overhoor ik je, vind je dat goed?' 'Is goed, maar nu ga ik naar buiten kijken. Zwijgend keken ze uit het raam en zagen opeens haar papa met de oom van Brummel het pad op wandelen. Ze trok haar jas aan, nam afscheid en zei tegen Brummel dat hij goed moest blijven oefenen.
Einde
|
|